Connect. Smile. Thrive.
Artikeldetail
Terug naar de lijst

Bijna de helft van de nieuwe tandartsen heeft een buitenlands diploma: VVT vraagt heldere instapregels


Bijna de helft van de nieuwe tandartsen die in België erkend worden, behaalde het diploma in het buitenland. Dat cijfer, gepubliceerd op 14 oktober 2026, bracht het debat over de instapvoorwaarden tot het beroep opnieuw op gang. Het Verbond der Vlaamse Tandartsen (VVT) vraagt heldere regels rond kwaliteit, veiligheid, taal en kennis van ons zorgsysteem: DentalHub zet het op een rij.

1. Wat de cijfers zeggen

Tussen 2020 en 2025 gingen 1.265 van de 2.821 nieuwe erkenningen tot de tandheelkunde naar houders van een buitenlands basisdiploma, oftewel bijna 45 procent. Bij de artsen ligt het aandeel veel lager: 3.014 van de 13.918 erkenningen, ongeveer 22 procent.

De cijfers komen van de FOD Volksgezondheid. Ze werden opgevraagd door Kamerlid Frieda Gijbels (N-VA) bij minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke, vervolgens gepubliceerd door De Tijd en overgenomen door VRT NWS.

Twee nuances horen er meteen bij. De diploma's komen vooral uit Roemenië, Nederland en Italië, daarna uit Frankrijk, Portugal en Spanje — en in die groep zitten ook Belgen die in het buitenland gingen studeren. Bovendien is een erkenning geen bewijs van effectieve activiteit in België: ze geeft het recht om te werken, ze telt niet hoeveel tandartsen zich daadwerkelijk vestigen.

Het VVT benadrukt het zelf: tandartsen met een buitenlands diploma zijn niet meer weg te denken uit onze mondzorg, en velen zijn goed opgeleid. Het debat gaat niet over personen, maar over de instapregels.

2. Een erkenning zonder kennismaking met onze zorg

Europese tandartsdiploma's worden in België automatisch erkend. De praktijkervaring die studenten tijdens hun opleiding opdoen, verschilt echter sterk van opleiding tot opleiding.

Wie in België afstudeert, doorloopt een verplicht stagejaar en leert zo de praktijk en ons zorgsysteem kennen. Het Europese recht verbiedt ons land om dat stagejaar op te leggen aan tandartsen met een Europees diploma.

Het VVT pleit voor een verplicht stagejaar voor elke nieuwe tandarts, wat een aanpassing van de Europese regels veronderstelt. De Europese federatie CED, waarvan het VVT lid is, verdedigt hetzelfde standpunt in haar Copenhagen Declaration van april 2026.

3. Europese IMI-waarschuwingen blijven onderbenut

Via het Europese IMI-systeem verwittigen lidstaten elkaar wanneer een zorgverlener geschorst, geschrapt of veroordeeld werd. België ontvangt jaarlijks 4.000 à 5.000 van die waarschuwingen.

Eind 2025 bevestigde de FOD Volksgezondheid dat die niet proactief geopend werden, terwijl landen als Nederland, Zweden, Spanje, Ierland en Italië de meldingen van 2024 quasi allemaal openden.

In juni 2026 erkende minister Vandenbroucke het probleem en kondigde hij aan dat zijn administratie zou nagaan hoe IMI een vastere stap kan worden in de visumprocedure, met een proactieve risicoanalyse en een instrument om een waarschuwing sneller aan een actieve zorgverlener te koppelen. Het VVT steunt die aanpak, wil resultaten zien en vraagt dat tandartsen in die risicoanalyse als prioritaire beroepsgroep behandeld worden.

4. Taal als fundament van zorg

Sinds 2024 moeten tandartsen een landstaal beheersen op C1-niveau, een verbetering waarvoor het VVT zich sterk inzette. Maar kennis van één van onze landstalen volstaat, ongeacht de regio waar men werkt: wie enkel Frans spreekt, mag dus ook in Vlaanderen aan de slag, en omgekeerd geldt hetzelfde.

Het VVT steunt daarom het wetsvoorstel van Frieda Gijbels, dat stelt dat een zorgverlener de taal moet kennen van de regio waar hij werkt. Het argument is in de eerste plaats klinisch: een goede diagnose, geïnformeerde toestemming en correcte nazorg vragen een vlotte communicatie met de patiënt.

5. Een eerlijke planning

Vlaamse studenten moeten slagen voor een toelatingsexamen, en het aantal RIZIV-nummers voor Belgische afgestudeerden wordt beperkt door een federaal quotum. Tandartsen met een buitenlands diploma vallen buiten dat quotum, maar werken wel mee in hetzelfde zorgsysteem. Voor het VVT houdt een goede planning rekening met het volledige aanbod.

Er bestaat wel degelijk een controle aan de poort: vorig jaar werd aan 45 tandartsen een visum geweigerd omdat zij niet aan de voorwaarden voldeden.

6. Wat het VVT vraagt

  • een verplicht stagejaar voor elke startende tandarts;
  • een effectieve en strengere opvolging van de Europese IMI-waarschuwingen;
  • de taal van de regio als voorwaarde voor het visum;
  • een planning die het volledige zorgaanbod meeneemt;
  • voor tandartsen met een diploma van buiten de Europese Unie, een praktijktest naar Nederlands model, over klinische vaardigheden, infectiepreventie en communicatie.

7. Wat dit betekent voor uw praktijk

Aan uw verplichtingen verandert vandaag niets: de geldende regels blijven het visum, de erkenning en het C1-niveau in één landstaal. De voorstellen hierboven zijn vragen van een beroepsvereniging en een wetsvoorstel, geen geldend recht.

Neemt u een medewerker aan, dan blijven de aandachtspunten dezelfde: zijn visum, zijn erkenning en zijn vermogen om met uw patiënten te communiceren in de taal van uw patiëntenbestand. Mocht het voorstel van Frieda Gijbels worden aangenomen, dan wordt die laatste controle een wettelijke voorwaarde in plaats van een aanwervingskeuze.

Bronnen: VVT, “Bijna helft nieuwe tandartsen buitenlands opgeleid: VVT vraagt heldere instapregels”, 14 oktober 2026; VRT NWS en De Tijd, 14 oktober 2026, op basis van cijfers van de FOD Volksgezondheid opgevraagd door Kamerlid Frieda Gijbels.